Definitie dwingen: iemand zijn vrijheid beperken.
De belangrijkste methoden om
de vrijheid van mensen in het algemeen te beperken zijn die methoden, die op
intensieve wijze inwerken op significante gebieden als
Beperking van de keuzevrijheid: het beperken van de vrije keuze welke wil tot
handelen de ander kan vormen.
Beperken van wilsuiting/handelingsvrijheid: beperken van de vrije keuze welke handelingen men kan
verrichten.
Beperken van autonomie: beperken van de vrije keuze ten aanzien van de
vrijheid van het individu te beschikken over handelingsvrijheid (te beschikken
over het lot van zijn ervaring), lichaam (lichamelijke integriteit), diens
eigendommen, financiële vrijheid en leven (en dood).
Deze juridisch beschermde
gebieden worden gezamenlijk ook wel aangeduid als rechtsgoederen.
Soorten van door georganiseerde psychopathische daders
toegepaste dwang:
Kenmerkend voor de toegepaste dwang is dat
- deze methodisch wordt
toegepast: in duidelijke stappen, in elkaar versterkende vormen en
bewijsbaar calculerend uitgedacht
- uit meerdere dwangvormen tegelijk bestaat en
- uit methodisch elkaar direct opvolgende dwangvormen bestaat, waardoor het slachtoffer in een
positie van onmacht gehouden wordt waar de dader het slachtoffer fysiek en/of psychisch niet in staat
toe stelt uit weg te kunnen komen.
- Structureel toegewerkt wordt naar een positie van onmacht waarin het slachtoffer alleen de keus
heeft tussen enerzijds zelfmoord of anderzijds ondergaan van directe of geleidelijke moord, dood door zware mishandeling en/of afpersing met zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg door de dader.
bewijsbaar calculerend uitgedacht
- uit meerdere dwangvormen tegelijk bestaat en
- uit methodisch elkaar direct opvolgende dwangvormen bestaat, waardoor het slachtoffer in een
positie van onmacht gehouden wordt waar de dader het slachtoffer fysiek en/of psychisch niet in staat
toe stelt uit weg te kunnen komen.
- Structureel toegewerkt wordt naar een positie van onmacht waarin het slachtoffer alleen de keus
heeft tussen enerzijds zelfmoord of anderzijds ondergaan van directe of geleidelijke moord, dood door zware mishandeling en/of afpersing met zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg door de dader.
1. Fysieke dwang
A, Fysieke dwang (vis absoluta) en fysieke
causaliteit: oorzaak en gevolg zijn te
bezien als vallende dominostenen: het
slachtoffer werkt binnen deze vorm van dwang, op geen enkele wijze mee aan het
resultaat dat de dader wil. Of anders gezegd: de dader bewerkstelligt het resultaat,
zonder dat hij tussenkomst van het slachtoffer mogelijk maakt. Voorbeelden zijn
(poging tot) moord, gijzeling en fysiek geweld.
B. Atypische psychische dwang, die wordt
gefaciliteerd als fysieke dwang:
Bij psychische dwang zit tussen het gedrag van de dader en het resultaat dat de dader wil afdwingen, de wil van het slachtoffer.
Georganiseerde daders faciliteren met name de toepassing van een atypische vorm van psychische dwang die gelijk als fysiek geweld werkt. Zij dwingen door wederrechtelijk handelen de wil en de keuzevrijheid van het slachtoffer buitenspel waardoor, net als bij fysiek geweld, een onwettig resultaat wordt behaald zonder dat er tussenkomst van het slachtoffer mogelijk was.
Bij psychische dwang zit tussen het gedrag van de dader en het resultaat dat de dader wil afdwingen, de wil van het slachtoffer.
Georganiseerde daders faciliteren met name de toepassing van een atypische vorm van psychische dwang die gelijk als fysiek geweld werkt. Zij dwingen door wederrechtelijk handelen de wil en de keuzevrijheid van het slachtoffer buitenspel waardoor, net als bij fysiek geweld, een onwettig resultaat wordt behaald zonder dat er tussenkomst van het slachtoffer mogelijk was.
Een voorbeelden zijn:
- uitlokking door misleiding van het weghouden van informatie, een ander in een staat van onmacht dwingen een strafbaar feit te hebben gepleegd ter machtsverkrijging over die ander en verder wederrechtelijk voordeel. De ander is geen medepleger want verkrijgt geen wederrechtelijk voordeel en is ongewild en zonder de keuze daarin gehad te hebben, slechts als middel gebruikt wederrechtelijk voordeel voor de dader te bereiken of wederrechtelijk voordeel te legitimeren.
-Verduistering en diefstal
waarbij de dader de wil van het slachtoffer aantoonbaar kent maar deze wil
kennende daarom, achter de rug van het slachtoffer om, de goederen verduisterd
en steelt. Ook bij deze vorm van dwang, dwingt de dader het slachtoffer in een
positie van onmacht waarin het slachtoffer actief uitgesloten werd diens wil te
kunnen uiten noch keuzevrijheid kreeg. De keuze van het slachtoffer om “nee” te
zeggen wordt opzettelijk niet gevraagd om te faciliteren dat tegen diens wil
gehandeld kan worden. De dader faciliteert net als bij fysiek geweld een afgedwongen
onwettig resultaat zonder dat hij tussenkomst van de het slachtoffer mogelijk
maakte. - uitlokking door misleiding van het weghouden van informatie, een ander in een staat van onmacht dwingen een strafbaar feit te hebben gepleegd ter machtsverkrijging over die ander en verder wederrechtelijk voordeel. De ander is geen medepleger want verkrijgt geen wederrechtelijk voordeel en is ongewild en zonder de keuze daarin gehad te hebben, slechts als middel gebruikt wederrechtelijk voordeel voor de dader te bereiken of wederrechtelijk voordeel te legitimeren.
- wederrechtelijke bezitsverkrijging die aanvankelijk verduistering en diefstal is maar waar de dader het slachtoffer na plegen van het strafbare feit van op de hoogte stelt. Daarna dwingt hij het slachtoffer methodisch zijn wederrechtelijke bezit van de goederen, gelden of informatie te blijven dulden. Hij perst het slachtoffer dus na afloop van de wederrechtelijke bezitsverkrijging af, om niets aan de situatie te doen.
En daarnaast:
- elke wederrechtelijke
bezitsverkrijging of geweld, die als basis een afspraak heeft met een ander. Maar welke afspraak de dader, zonder de ander daarover
in kennis te stellen wijzigt, om wederrechtelijk bezit of geweld op de ander te
faciliteren.
A. Psychische dwang (vis compulsiva) en psychische causaliteit:
Bij psychische dwang zit tussen het gedrag van de dader en het door de dader gewilde resultaat, de wil van het slachtoffer. De dader zet een dusdanige druk op het slachtoffer zodat de wil tot weerstand van het slachtoffer of diens vlucht onmogelijk kan slagen.
Hiervan zijn voorbeelden:
- Methodische toepassing van dwang door het stelselmatig faciliteren van geweld: het slachtoffer wordt in een door de dader steeds herbevestigde positie van onmacht gehouden waardoor het slachtoffer (als was deze aan kettingen geketend) niet in staat wordt gesteld de keuzevrijheid te hebben geen geweld te ondergaan en waarbij uitingen van diens wil structureel worden genegeerd.
- Methodische toepassing van dwang door het stelselmatig faciliteren van geweld: het slachtoffer wordt in een door de dader steeds herbevestigde positie van onmacht gehouden waardoor het slachtoffer (als was deze aan kettingen geketend) niet in staat wordt gesteld de keuzevrijheid te hebben geen geweld te ondergaan en waarbij uitingen van diens wil structureel worden genegeerd.
Hersenspoeling: methodische
toepassing van misleidende dwang waarin het slachtoffer door de dader binnen
een steeds herbevestigde positie van onmacht krijgt opgelegd wat diens wil en
keuzevrijheid zou zijn ter het wederrechtelijk voordeel van de dader
Narcistische
verdichting/stalking: methodisch het contact tot de ander tegen diens wil
intensiveren Alle soorten van methodische misleiding gekoppeld aan geweld en geweldversterkingen
Bedreiging als vorm van psychische dwang:
Hieronder wordt verstaan: het door dreiging dusdanige angst bij het slachtoffer opwekken dat het slachtoffer zelf tot het door de dader gewenste dwanggevolg overgaat. Dit geweld maakt inbreuk op de handelingsvrijheid bij de wilsvorming en wilsuiting van het slachtoffer.
Onder bedreiging vallen verbale bedreigingen met geweld: zoals uitingen als “je geld of je leven” en het door de dader dreigen om een delicaat geheim van het slachtoffer te openbaren.
Hieronder wordt verstaan: het door dreiging dusdanige angst bij het slachtoffer opwekken dat het slachtoffer zelf tot het door de dader gewenste dwanggevolg overgaat. Dit geweld maakt inbreuk op de handelingsvrijheid bij de wilsvorming en wilsuiting van het slachtoffer.
Onder bedreiging vallen verbale bedreigingen met geweld: zoals uitingen als “je geld of je leven” en het door de dader dreigen om een delicaat geheim van het slachtoffer te openbaren.
Bij georganiseerde daders is
bedreiging een methodisch onderdeel van het door hen gefaciliteerde geweld op
het slachtoffer.
Zij lokken slachtoffers door misleiding het slachtoffer bedreigende situaties in. Zij passen methodische koppelingen toe tussen het door misleiding verhullen zelf een dreiging te zijn. Om daarna een schrikeffect van een (doods)dreiging blijken te zijn op hun slachtoffers te faciliteren en uit te buiten.
Bij toepassing van methodisch eindeloos geweld, dwang en mishandeling wordt het slachtoffer structureel in dilemma’s als “je geld of je leven”, “je leven/of je leven” en verraad van geheimen gedwongen.
B . Psychische dwang met misbruik van bestaande onmacht
Bij middelloze dwang maakt de dader zonder
een concreet dwangmiddel misbruik van een al bestaande onmacht, die een
concreet dwangmiddel overbodig maakt. Zij lokken slachtoffers door misleiding het slachtoffer bedreigende situaties in. Zij passen methodische koppelingen toe tussen het door misleiding verhullen zelf een dreiging te zijn. Om daarna een schrikeffect van een (doods)dreiging blijken te zijn op hun slachtoffers te faciliteren en uit te buiten.
Bij toepassing van methodisch eindeloos geweld, dwang en mishandeling wordt het slachtoffer structureel in dilemma’s als “je geld of je leven”, “je leven/of je leven” en verraad van geheimen gedwongen.
B . Psychische dwang met misbruik van bestaande onmacht
Bijvoorbeeld onmacht vanwege ziekte/invaliditeit,
gebrek aan bestaande kennis en vaardigheden, gebrek aan financiele middelen,
ouderdom, kind zijn.
Georganiseerde daders misbruiken in hun methodische geweldpleging de bestaande onmacht van een slachtoffer structureel om anderen op te selecteren als potentieel slachtoffer en als onderdeel van de door hen toegepaste dwang op hun slachtoffers.
C. Psychische dwang met misbruik van gefaciliteerde
onmachtGeorganiseerde daders misbruiken in hun methodische geweldpleging de bestaande onmacht van een slachtoffer structureel om anderen op te selecteren als potentieel slachtoffer en als onderdeel van de door hen toegepaste dwang op hun slachtoffers.
Georganiseerde psychopathische daders dwingen door het methodische faciliteren van geweld hun slachtoffers in een permanente staat van onmacht. Op dat in permanente staat van onmacht gedwongen slachtoffer, passen zij allerlei methoden toe waardoor zij fysieke en psychische verzwakking, energetische uitputting en vermogensuitputting afdwingen.
Kenmerkend voor dit dadertype is dat ze daarna deze door hen gefaciliteerde fysieke en psychische verzwakking, energetische uitputting en vermogensuitputting misbruiken om nieuw geweld op het slachtoffer te faciliteren en het slachtoffer verder uit te buiten, tot complete vermogensuitputting en/of de dood van het slachtoffer bereikt is.
Ze faciliteren dus methodische dwang van geweld in een positie waar het slachtoffer niet uit weg kan, waarbij ze de gefaciliteerde schadelijke en nadelige gevolgen voor het slachtoffer steeds uitbuiten en misbruiken om nieuw geweld en uitbuiting op het slachtoffer door te faciliteren.
Daardoor staat methodische geweldpleging gelijk aan directe of geleidelijke moord, dood door zware mishandeling of afpersing met zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg op een onschuldig ander mens.
Overige dwang tot psychische of fysieke onmacht:
Dwang door atypische middelen:
Dwang waarbij de weerstand van het slachtoffer wordt gebroken door een ander middel dan fysieke kracht of psychische druk. Het dwangmiddel creëert een fysieke of psychische onmacht, die zonder het dwangmiddel niet had bestaan
Voorbeelden zijn
- de dader geeft door snel te handelen het slachtoffer geen mogelijkheid weerstand te bieden
- de dader drogeert het slachtoffer met verdovende middelen waardoor het slachtoffer geen
mogelijkheid heeft weerstand tegen uitbuiting te bieden
Bij methodische toepassing van dwang, geweld en mishandeling is snel handelen niet een op zichzelf staand dwangmiddel. De dader faciliteert door dwang van snel handelen het plegen van fysiek of verbaal geweld op slachtoffers. Het faciliteren van geweld kan op dat moment ook het einddoel van de dader zijn om zichzelf het genot van een machtsgevoel (bezitsverkrijging) over het slachtoffer te geven.
Het via het snelle handelen (met dwang) gefaciliteerde geweld kan ook worden gebruikt als direct opvolgend dwangmiddel om het slachtoffer te dwingen tot een wederrechtelijke bezitsverkrijging of ondergaan van andere soorten van uitbuiting.
- de dader geeft door snel te handelen het slachtoffer geen mogelijkheid weerstand te bieden
- de dader drogeert het slachtoffer met verdovende middelen waardoor het slachtoffer geen
mogelijkheid heeft weerstand tegen uitbuiting te bieden
Bij methodische toepassing van dwang, geweld en mishandeling is snel handelen niet een op zichzelf staand dwangmiddel. De dader faciliteert door dwang van snel handelen het plegen van fysiek of verbaal geweld op slachtoffers. Het faciliteren van geweld kan op dat moment ook het einddoel van de dader zijn om zichzelf het genot van een machtsgevoel (bezitsverkrijging) over het slachtoffer te geven.
Het via het snelle handelen (met dwang) gefaciliteerde geweld kan ook worden gebruikt als direct opvolgend dwangmiddel om het slachtoffer te dwingen tot een wederrechtelijke bezitsverkrijging of ondergaan van andere soorten van uitbuiting.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten